
Mieren
Wegmieren en faraomieren volgen voedselsporen tot diep in het pand. Nestlocatie bepaalt de aanpak.
Kakkerlakken (Duitse en Oosterse), faraomieren en bedwantsen verspreiden zich snel via leidingen, apparatuur en levering. Vroege signalering bepaalt of het bij één behandeling blijft.
Herkenning en aanpak per soort.

Wegmieren en faraomieren volgen voedselsporen tot diep in het pand. Nestlocatie bepaalt de aanpak.

Duitse en Oosterse kakkerlak. Verschuilen zich bij warmtebronnen en apparatuur; vragen om een gelbehandeling en bronopsporing.

Vochtminnend, actief in het donker. Wijzen vrijwel altijd op een vochtprobleem.

Zeer klein, leven van schimmel op vochtige materialen. Aanpak begint bij ventilatie en droging.

Meestal via huisdieren of eerdere bewoners. Behandeling van ruimte plus bronaanpak.

Voorraad-, vogel- en huisstofmijt. Bronopsporing (nesten, voorraad) is bepalend.

Verspreiden zich via bagage en meubels. Warmtebehandeling of gerichte chemische behandeling per kamer.

Onschuldig maar hinderlijk. Indicator van overmatig vocht in vloeren, planten of kruipruimte.
Voedselbederf, klachten van gasten of bewoners en directe sluiting door NVWA bij ernstige besmetting.