Plaagdieren

Kruipende insecten

Kakkerlakken (Duitse en Oosterse), faraomieren en bedwantsen verspreiden zich snel via leidingen, apparatuur en levering. Vroege signalering bepaalt of het bij één behandeling blijft.

Soorten binnen kruipende insecten

Herkenning en aanpak per soort.

Mieren

Mieren

Wegmieren en faraomieren volgen voedselsporen tot diep in het pand. Nestlocatie bepaalt de aanpak.

Kakkerlakken

Kakkerlakken

Duitse en Oosterse kakkerlak. Verschuilen zich bij warmtebronnen en apparatuur; vragen om een gelbehandeling en bronopsporing.

Franjestaarten

Franjestaarten

Vochtminnend, actief in het donker. Wijzen vrijwel altijd op een vochtprobleem.

Stofluizen

Stofluizen

Zeer klein, leven van schimmel op vochtige materialen. Aanpak begint bij ventilatie en droging.

Vlooien

Vlooien

Meestal via huisdieren of eerdere bewoners. Behandeling van ruimte plus bronaanpak.

Mijten

Mijten

Voorraad-, vogel- en huisstofmijt. Bronopsporing (nesten, voorraad) is bepalend.

Bedwantsen

Bedwantsen

Verspreiden zich via bagage en meubels. Warmtebehandeling of gerichte chemische behandeling per kamer.

Springstaarten

Springstaarten

Onschuldig maar hinderlijk. Indicator van overmatig vocht in vloeren, planten of kruipruimte.

Onze aanpak

  • Gel- en residubehandeling op maat per soort
  • Bedwantsbestrijding met warmtebehandeling of chemisch
  • Bronopsporing in keukens, technische ruimtes en personeelsverblijven
  • Advies aan personeel: signaleren en voorkomen

Risico

Voedselbederf, klachten van gasten of bewoners en directe sluiting door NVWA bij ernstige besmetting.